Thuis stond op het dressoir een zilveren beker die mijn vader in Antwerpen in 1934 gewonnen had met speerwerpen (lancement du javelot). Hij was in die tijd Nederlands kampioen. De vorm van de beker vond ik erg mooi en intrigerend en hij lijkt op de beker van een saxofoon.
In de etalage van de muziekwinkel in de Dommelstraat in Eindhoven stonden die mooie glimmende saxofoons. Onbereikbaar. Bij de harmonie was geen sax beschikbaar dus cornet-a-piston werd het. De liefde voor het mooie mechaniek en geluid van de sax bleef. Mijn eerste echte altsaxofoon kocht ik in 1980. Na 2 jaar ingeruild op mijn huidige “beste vriend ”King Super 20” tenor. Hij had al een leven achter de rug en ik was er meteen verliefd op.
Het is mooi om muzikanten in “hun moment” op een schilderij proberen te treffen met een kloppende sax.
